Volg ons op YouTube

Moedig

‘Weest sterk en hebt goeden moed, en vreest niet, en verschrikt niet voor hun aangezicht; want het is de HEERE, uw God, Die met u gaat; Hij zal u niet begeven, noch u verlaten, Deut. 31:6.’

Na veertig jaar door de woestijn te hebben getrokken, staat de honderdtwintig jaar oude Mozes voor zijn volk. Hij verteld hen dat hij gekomen is aan het einde van zijn leven en niet meer zal ingaan in het beloofde land. Mozes mocht de leiding overgeven en hen wijzen op JHWH, De Almachtige Die voor hen uit zou gaan. ‘De HEERE, uw God, Die zal voor uw aangezicht overgaan; Die zal deze volken van voor uw aangezicht verdelgen, dat gij hen erfelijk bezit. Jozua zal voor uw aangezicht overgaan, gelijk als de HEERE gesproken heeft, Deutr. 31:3.’ Hoe schittert hier het Evangelie, God Zelf zal voor hen strijden en de vijanden verslaan, Hij zendt Jozua die voor hen uit zal gaan, hem mogen zij volgen. Jozua, zijn naam is Jehosua en betekent: ” JHWH brengt redding.”

Lieve vrienden, hier zien we een hemelse heerlijkheid geopenbaard. JHWH brengt redding, het volk staat op het punt het beloofde land in te gaan, maar daar moet eerst een strijd gestreden worden, een grote vijandelijke macht moet overwonnen worden. Hoe zal dat moeten? “Ik zal voor u strijden…” JHWH, de IK ZAL ZIJN, DIE IK ZIJN ZAL, gaat voor hen uit, Jozua als type van de Heere Jezus Christus brengt het volk in het beloofde land. Niet in eigen kracht, niet door eigen geweld, maar door de hand van God de Almachtige, zullen zij overwinnen. Hier horen we de klanken van het Evangelie, ‘…Laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God, Hebr. 12:2.’ Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt, vertrouw niet op eigen kracht en inzicht, maar volg Hem. Al zien we ons omringt door duizend vijanden, zorgen en noden, wij zeggen met Paulus; ‘Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft, Rom. 8:37.’

Het volk was nog niet binnen, er moesten nog vijanden verslagen worden en wat voor een vijanden? Het zijn de reuzen die de verspieders gezien hadden en waarbij zij zich voelden als sprinkhaantjes die verslonden zouden worden door deze reuzenmacht. Maar hoor, wat Mozes zegt: ‘En de HEERE zal hun doen, gelijk als Hij aan Sihon en Og, koningen der Amorieten, en aan hun land, gedaan heeft, die Hij verdelgd heeft, Deutr. 31:4.’ Wie had gedacht dat zij ooit de overwinning zouden behalen over de geweldige Amoritische reuzen? God heeft voorzien, Hij heeft Zijn Woord waargemaakt en laten zien dat zij stil mogen zijn terwijl Hij voor hen strijdt. Wat een bemoedigende woorden, wat een kracht kan er geput worden door even terug te zien en opnieuw verwondert te worden over zoveel trouw, goedheid, liefde en almacht van de HEERE. ‘Weest sterk en hebt goeden moed, en vreest niet, en verschrikt niet voor hun aangezicht; want het is de HEERE, uw God, Die met u gaat; Hij zal u niet begeven, noch u verlaten, Deut. 31:6.’

Hij die de overwinning heeft gegeven, zal u niet verlaten, kom, weest sterk en hebt goede moed. Mozes roept Jozua en voor de ogen van heel het volk Israël zegt hij: ‘Zijt sterk en hebt goeden moed’ ook hij wordt in het bijzonder gewezen op de HEERE Die met Jozua zal zijn, voor hen uit zal gaan en hen zal brengen in het beloofde land. ‘Hij zal u niet begeven noch u verlate; vrees niet en ontzet u niet.’

Wij weten hoe de HEERE op een wonderlijke wijze de overwinning heeft gegeven over de vijanden. Geen reuzen, geen machtige onoverwinnelijke muren van Jericho konden Hem weerhouden om Zijn volk te brengen op de beloofde plaats. Wie zou niet vrezen voor deze God? Kom vrienden, weest sterk en hebt goede moed, dat is de Boodschap van de Bijbel, voor allen die de HEERE volgen, zij die niet zien op eigen kracht, niet leunen op eigen inzicht of ervaringen van anderen maar zien op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, ja vertrouwen op Jezus, Die oproept om te volgen, zullen overwinnen, binnengaan en beërven.

Wat is er een grotere bemoediging dan de woorden; ‘Weest sterk en hebt goede moed,’ in de context van de overwinningen die de Heere gegeven heeft? Moedig is niet hij die een grote mond heeft, grote kracht bezit en veel macht kan uitoefenen maar hij en zij die leunen op de HEERE met heel hun hart.

In gedachten zien we David, de kleinste uit het gezin. Terwijl zijn broers samen met vele strijdbare helden tegenover de Filistijnen gelegerd liggen, zit hij bij zijn schapen. Daar in het veld, heeft hij zitten tokkelen op zijn harp. Wat een vredige momenten heeft hij beleefd tussen zijn schapen. Terwijl hij hen hoedde, moest hij denken aan God de Vader Die Zijn schapen hoed, hoe veilig en geborgen mocht David zich weten. Als er een leeuw kwam om zijn schapen te verscheuren, bleef David niet toekijken, maar greep de leeuw bij de baard en doodde hem. Zo doodde hij ook de beer die een schaap van de kudde nam. Zou God dan niet Zijn schapen bewaren en beschermen. David overdacht de geschiedenissen van zijn volk en de wonderlijke leiding van de HEERE. David leefde bij het Woord van God, overdacht het en verlangde om daarnaar te leven. Hij putte kracht uit de geschiedenissen en verlangde om God te dienen met heel zijn hart. Hij sprak: ‘De Heere is mijn Herder, mij zal niets ontbreken…’ Van David kunnen we wel zeggen: ‘Welgelukzalig is de man, die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters; Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht. Ps. 1:1,2.’

David wordt door zijn vader naar zijn broers gestuurd om wat eten te brengen en eens te horen hoe het met hen is. Als David in het leger komt en aan zijn broeders vraagt hoe het met hen is, ziet hij Goliath, de Filistijn van Gath en hoort hoe hij de Israëlieten uitdaagt om tegen hem te vechten. David hoort hoe Goliath, zonder enige vrees en ontzag voor God, spot met de kracht van Israël. David ziet ook hoe alle mannen van Israël wegvluchten en bevreesd zijn. De mannen van Israël zien daar een reusachtige gepantserde man van bijna drie meter hoog. Met een enorm dikke speer in zijn hand. Alleen al het pantsier dat hem beschermde woog bijna zestig kilo en de ijzeren punt van zijn speer zeven kilo. Het volk sidderde als zij het hoon gespot van Goliath hoorde. Wie zou durven vechten tegen deze reus? Daar staat David, verontwaardiging vervult zijn hart. Hoe durft deze onbesneden Filistijn te spotten met Zijn God? David ziet geen reus maar een spotter, David wordt niet bevreesd door wat hij ziet, maar vurig van geest spreekt hij zich uit tegen zijn broeders, Hij wordt afgescheept, terwijl zijn motieven verdacht gemaakt worden. Dan hoort Saul van Davids woorden en roept hem bij zich. We weten hoe de geschiedenis verloopt. Gewapend met een slinger en vijf stenen treed David de reus tegemoet. David, die het Woord van God dag en nacht overdacht moest ongetwijfeld denken aan de woorden van onze overdenking: ‘Weest sterk en hebt goede moed’. Als God de Amoritische reuzen heeft verslagen, zal Hij dan ook nu niet verslaan? Als God, Og de koning van Basan, met een ledikant van vier en een halve meter lengte en twee meter breedte (Deut. 3:11) heeft gedood, zal Hij dan nu deze spotter van bijna drie meter niet doden? ‘De HEERE, Die zal mij redden uit de hand van dezen Filistijn.’ Goliath ziet hem komen en roept al vloekend: ‘Ben ik een hond, dat gij tot mij komt met stokken? Kom tot mij, zo zal ik uw vlees den vogelen des hemels geven en den dieren des velds’. Nee, David liet zich niet bang maken door deze grote schreeuwerd, die steunde op zijn eigen kracht. David was sterk en had goede moed omdat hij vertrouwde op de HEERE. David roept: ‘Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u in den Naam van den HEERE der heirscharen, den God der slagorden van Israël, Dien gij gehoond hebt. Te dezen dage zal de HEERE u besluiten in mijn hand, en ik zal u slaan, en ik zal uw hoofd van u wegnemen, en ik zal de dode lichamen van der Filistijnen leger dezen dag aan de vogelen des hemels, en aan de beesten des velds geven; en de ganse aarde zal weten, dat Israël een God heeft. En deze ganse vergadering zal weten, dat de HEERE niet door het zwaard, noch door de spies verlost; want de krijg is des HEEREN, Die zal ulieden in onze hand geven, 1 Sam. 17:45-47.’ David slingert een steen en treft de reus in zijn voorhoofd. David beklimt de dode reus, neemt het grote zwaard van de reus en slaat zijn hoofd eraf.

‘Weest sterk en hebt goeden moed’ Lieve vrienden, moedig zijn dat kan alleen in de kracht van onze God. Bedenk wie Hij is, vertrouw op Hem en Hij zal het maken. Luister naar de bemoedigende woorden van David ‘Zijt sterk, en Hij zal ulieder hart versterken (moedig maken), allen gij, die op den HEERE hoopt! Ps. 31:25.’ We hebben gehoord van reuzen die overwonnen zijn. Toch is er ook vandaag een machtige reus die mensen in zijn macht heeft, de één in angst, de ander in betovering; het is de duivel, de leugenaar vanaf het begin. Kom, vecht niet in eigen kracht, zie het Lam Gods, volg Hem, Hij geeft volkomen verlossing, vrijheid en eeuwig leven aan allen die Hem volgen. Hij heeft gezegd: ‘In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen, Joh. 16:33.’