‘k Ben zoo verblijd om den troost, dien God geeft
1 ’k Ben zoo verblijd om den troost, dien God geeft,
Dat Hij ons, zondaars, oneindig lief heeft;
Veel in Zijn Woord geeft mij hoop, maakt mij blij,
Niets toch zoo veel als: „Mijn Jezus mint mij.”
refrein:
’k Ben zoo verblijd, want Jezus mint mij,
Jezus mint mij, Jezus mint mij,
’k Ben zoo verblijd, want Jezus mint mij,
Jezus mint mij, ja ook mij.
2 Schoon ik helaas Hem nog dikwijls vergeet,
Nochtans mint Hij mij, hoe zwaar ik misdeed;
’k Vlied in Zijn armen, ik zoek weêr Zijn zij,
Daar ondervind ik, mijn Jezus mint mij.
refrein
3 Eens zal mijn oog Hem in glorie ook zien,
’k Zal in den Hemel mijn hulde hem biên;
’k Zing dan voor eeuwig, verheugd en zeer blij:
„O welk een wonder, mijn Jezus mint mij!”
refrein
4 Jezus bemint mij en ik bemin Hem!
Ook voor mij stierf Hij, en ’k volg steeds Zijn stem,
’k Ben nu verlost en van ’t oordeel gansch vrij,
Want ik weet zeker: mijn Jezus mint mij.
refrein
5 Vraagt mij soms iemand, waardoor ik dat weet?
Eere aan Jezus, die ’t al voor mij deed!
Gods Geest werkt in mij en dit maakt mij blij;
’k Heb de verzeek’ring: mijn Jezus mint mij.
refrein
6 In die verzeek’ring vind ik al mijn rust;
In dat vertrouwen dien ik Hem met lust.
Zelfs wijkt de Satan, en laat mij ook vrij,
Als ik hem toeroep: „mijn Jezus mint mij!”
refrein
Tekst:Philip Paul Bliss
Muziek: Philip Paul Bliss
Vertaling: Meier Salomon Bromet
Oorspr. titel: I am so glad that our Father in heaven
